Van Alikruiken tot Zeespinnen

De zeespin Nymphon gracile Leach, 1814 - Foto © Jordy van der Beek

De zeespin Nymphon gracile Leach, 1814 – Foto © Jordy van der Beek

In het voor- en najaar zijn de beste laagwaters bij Gorishoek. Dat is ook het geval op 12 februari, 12 maart en 2 april ’17. De tocht in februari moeten we op het laatst afzeggen, het vriest stevig en ’s nachts valt een flink pak sneeuw. Het is niet verantwoord om onder die omstandigheden 20 kilometer binnenweg in Zeeland te gaan rijden.

12 maart is het een stuk beter, half bewolkt, bijna geen wind en 15° Celsius. Dus vertrekken Jordy van der Beek, Maarten Lubbers en ik rond 8:00 uur richting Tholen. Er is een verlaging van 170 cm, waardoor het hele gebied droogvalt. Zoals altijd biedt het litoraal een vergelijkbare aanblik met wat ik gewend ben van de kusten van Bretagne in de jaren tachtig van de vorige eeuw.

Japanse stekelhorens Ocenebra inornata (Récluz, 1851) - Foto © Jordy van der Beek

Japanse stekelhorens Ocenebra inornata (Récluz, 1851) – Foto © Jordy van der Beek

Overal schaalhorens Patella vulgata Linnaeus, 1758 en massaal asgrauwe tolhorens Gibbula cineraria (Linnaeus, 1758), met daartussen de exoten Amerikaanse stekelhorens Urosalpinx cinerea (Say, 1823) en Japanse Ocenebra inornata (Récluz, 1851) met zo nu en dan een  purperslak Nucella lapillus (Linnaeus, 1758). Het valt op dat de exotische stekelhorens tegenwoordig vrij rondkruipen in het litoraal, bij eerdere bezoeken vonden we ze vooral op stenen die ook bij het laagste water niet droogvallen, bovendien zaten ze meestal aan de onder- en zijkant van de stenen. De Japanse oesters Crassostrea gigas (Thunberg, 1793) vormen riffen op de strekdammen. Op het wad tussen de strekdammen vinden weer vele doubletten van de Filippijnse tapijtschelp Venerupis philippinarum (Adams & Reeve, 1850) en Jordy doet een mooie vondst met een doublet van de tere hartschelp Acanthocardia paucicostata (Sowerby II, 1834). Er liggen ook hier en daar verse wulken Buccinum undatum, de meeste zijn stuk, maar er gaan toch twee gave mee voor de collectie.

Tussen de wieren overal zeespinnen Nymphon gracile Leach, 1814 - Foto © Jordy van der Beek

Tussen de wieren overal zeespinnen Nymphon gracile Leach, 1814 – Foto © Jordy van der Beek

Maarten toont een hand vol brokkelsterren Ophiothrix fragilis (Abildgaard, 1789) - Foto © Jordy van der Beek

Maarten toont een hand vol brokkelsterren Ophiothrix fragilis (Abildgaard, 1789) – Foto © Jordy van der Beek

In december zagen we een twee zeespinnen Nymphon gracile Leach, 1814, nu zien we stenen met tientallen erop. Verder veel stekelhuidigen, vooral brokkelsterren Ophiothrix fragilis (Abildgaard, 1789) zijn zeer algemeen, soms meerdere onder één steen. Ze hebben ongetwijfeld geprofiteerd van de zachte winter, strenge winters zijn funest voor deze soort. Na een uur of twee, sluiten we de excursie af met een perfecte vissoep bij “De Zeester”. We stoppen op de terugweg bij enkele knotwilgen langs de Havenweg (staat haaks op de Gorishoeksedijk) om te zien of daar wellicht Clausilia’s op te vinden zijn. Die zien we niet maar Jordy weet wel een gewone haarslak Trochulus hispidus (Linnaeus, 1758) te ontdekken.  Omdat onze aandacht nu gericht is op Clausiliidae en het nog vroeg in de middag is, besluiten we door te rijden naar de Hollandse Biesbosch om te kijken of de wilgen daar wellicht wat op leveren. Na een half uurtje speuren, komt er inderdaad een grote regenslak Alinda biplicata (Montagu, 1803) tevoorschijn.

De grote regenslak Alinda biplicata (Montagu, 1803) - Foto © Jordy van der Beek

De grote regenslak Alinda biplicata (Montagu, 1803) – Foto © Jordy van der Beek

Alikruiken Littorina littorea Linnaeus, 1758 op de dijk

Alikruiken Littorina littorea Linnaeus, 1758 op de dijk

Het mooiste laagwater van het voorjaar (dat overdag en in het weekend valt) is op 2 april met een verlaging van 176 cm.  Ditmaal vergezellen Hans Post en Jordy van de Beek me. Om vijf voor half drie is het water op z’n laagst maar wij gaan al een uur van te voren verzamelen. We beginnen op de buitendijk van het haventje van Gorishoek. Wat direct opvalt is het massaal voorkomen van de alikruik Littorina littorea Linnaeus, 1758 op de dijk, mooie volwassen exemplaren. Hogerop in het supralitoraal vindt Jordy de ruwe alikruik Littorina saxatilis (Olivi, 1792) en tussen blaaswier Fucus vesiculosus Linnaeus, 1753 enkele stompe alikruiken Littorina obtusata (Linnaeus, 1758), zeker niet algemeen. Na deze inspectie gaan we het wad op. Evenals de vorige keer zien we volop rotganzen, Branta bernicla (Linnaeus, 1758). Wat verder opvalt is dat de bekende exoten: Amerikaanse stekelhoren Urosalpinx cinerea (Say, 1823) en Japanse stekelhoren Ocenebra inornata (Récluz, 1851) nu ook overal dood aanspoelen, dat zag je bij eerder gelegenheden eigenlijk niet of nauwelijks. Echt groot worden ze niet bij Gorishoek, bij 45 mm voor de Japanse stekelhoren houdt het op, Amerikaanse blijven wat kleiner.

Op het wad tussen de strekdammen vindt Hans een klep van de afgeknotte gaper Mya truncata Linnaeus, 1758 en verderop een klep van de breedgeribde astarte Astarte sulcata (Da Costa, 1778) en enkele grote doubletten van de Amerikaanse venusschelp Mercenaria mercenaria (Linnaeus, 1758). Het is prachtig laag tij, stenen vol met sponzen en zakpijpen komen vrij te liggen op de randen zitten ook nu weer tientallen zeespinnen Nymphon gracile Leach, 1814. Qua krabben zien wie ontelbare harig porceleinkrabbetjes Porcellana platycheles (Pennant, 1777).

Het is zodanig heerlijk weer dat we, als het water opkomt op het terras van “de Zeester” belanden waar we uit de wind en in de zon genieten van een Leffe dubbel en de befaamde snaaiplank.

Snaaiplank op het terras van Brasserie “De Zeester”

Snaaiplank op het terras van Brasserie “De Zeester”

Dat bij mij toch ook de leeftijd een rol begint te spelen, blijkt op 23 april ’17. Volgens mijn berekeningen is het om 14:20 uur laagwater, met een mooie verlaging van 172 cm. Dus Hans Post, Rob Vink en ik gaan welgemoed op weg. Als we de duikplaats aan de Gorishoeksedijk bereiken voelt Rob al nattigheid: volop duikers, die geven de voorkeur aan hoogwater… En inderdaad het blijkt dat ik me één regel heb vergist in de getijdentabel geen LW maar HW! Het levert een mooie vergelijkingsfoto op hoe hoog het water ter plaatse komt, maar verzamelen ho maar. Bier en een snaaiplank met friet bij Brasserie “De Zeester” maken veel goed.

Gorishoek, laagwater -176 cm

Gorishoek, laagwater -176 cm

Gorishoek, hoogwater +172 cm

Gorishoek, hoogwater +172 cm

Geplaatst in Marine biology, Mollusca, Natural history, Travel | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Fossil finds at Knokke-Heist – Belgium

r-j-vink-20170205-dsc_5254The weekend of 4 and 5 February 2017 Hans Post, Rob Vink and I visited the beach of Knokke-Heist in Belgium. Weather conditions were good, clouded, 5 °C. and a Southern wind 3 Bft. This weekend was LWST (Low Water of Spring Tides) – 190 cm. Ideal circumstances for shell collecting. The beaches of Knokke-Heist are interesting because of the fossils that can be found in shell grit.

Their origins can be found in beach replenishments some years ago. Off shore material from strata of Pliocene and Pleistocene age is transported to the shore.

Collecting at low tide Knokke-Heist - Belgium- Photo © Rob Vink

Collecting at low tide Knokke-Heist – Belgium- Photo © Rob Vink

In beach drift fossil species like Ocenebra erinacea (Linnaeus, 1758), Propebela turricula (Montagu, 1803), Epitonium clathrus (Linnaeus, 1758), Nassarius spec. and Turritella spec. can be found. The reason for us to visit these beaches is the occurrence of Trivia and Dentalium species; the latter most likely Antalis vulgaris (Da Costa, 1778).

Recently Fehse & Van der Haar described a new species of the genus Trivia from this location: Trivia merlini Fehse & van der Haar, 2015. In two days we could collect about 100 Trivia spec. and 30 Antalis spec. How far this material contains the new species is subject to further studies. Rob en Hans both did find a specimen of Terebra inversa Nyst, 1843.

Collecting at low tide Knokke-Heist - Belgium- Photo © Hans Post

Collecting at low tide Knokke-Heist – Belgium- Photo © Hans Post

The recent mollusc fauna is limited. Common European limpets Patella vulgata Linnaeus, 1758 are abundant on rocks of the harbour pier and bivalves like Cerastoderma edule (Linnaeus, 1758) and Limecola balthica (Linnaeus, 1758) live in sand just off shore. Nice finds were a few fresh Nucula nucleus (Linnaeus, 1758), a perfect Epitonium clathratulum (Kanmacher, 1798) and the rarely seen Philine quadripartita Ascanius, 1772 found by Rob.

Philine quadripartita Ascanius, 1772 - Photo © and collection Rob Vink

Philine quadripartita Ascanius, 1772 – Photo © and collection Rob Vink

In the low dunes of Knokke-Heist land shells are abundant.

As always we didn’t hesitate to enjoy the pleasures of the local kitchen: croque madame and Belgian draft beer.

Some of the samples taken - © Frans de Jong

Some of the samples taken – © Frans de Jong

Geplaatst in Fossils, Marine biology, Mollusca, Natural history, Scaphopods, Travel | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Winter views at Gorishoek

rob-vink-dsc_5173

Stones are covered with sea belt Saccharina latissima and Sponges- © Rob Vink

Two winter visits with my friends Rob Vink and Jordy van der Beek to Gorishoek located in the Oosterschelde basin in The Netherlands, show that many invasive alien species are here to stay. From the late eighteen hundreds oysters Ostraea edulis Linneaus, 1758 and Blue mussels Mytilus edulis Linnaeus, 1758 are commercially farmed in this area.

img_1899

Samples taken – © Frans de Jong

Large numbers of this shellfish are imported from diverse location in and outside Europe. With them a great number of alien species are introduced, some are very successful and are crowding out autochthonous relatives. Climate change seems to be a factor in this process. In the last fifteen years no very cold winters (with severe frost during several weeks) occurred in the region, giving exotic species opportunity to survive and Southern species to push northwards. This is the case with i.a Pacific oyster Crassostrea gigas (Thunberg, 1793); Atlantic oyster drill Urosalpinx cinerea (Say, 1823); Japanese oyster drill Ocenebra inornata (Récluz, 1851). These last two species are in direct concurrence with the indigenous dog whelk Nucella lapillus (Linnaeus, 1758), a species already weakened by widely used TBT (Tributyltin) in painting of ship hulls. The population is recovering since the use of TBT was prohibited, and is now again under pressure from invasive competitors. The Hard clam or quahog Mercenaria mercenaria (Linnaeus, 1758) and Manila clam Ruditapes philippinarum (Adams & Reeve, 1850) also find a suitable habitat in the Oosterschelde basin. Southern species like the common European limpet Patella vulgata Linnaeus, 1758 and Grey top shell Gibbula cineraria (Linnaeus, 1758) were never seen some fifty years ago and now abundant. During our last trips Jordy noticed for the first time all dead Ruditapes philippinarum (Adams & Reeve, 1850) we found had drill holes from carnivorous shell, like the exotic oyster drills. We checked earlier collected material, but never found drill holes. So it seems one alien species is decimating the other.

rob-vink-dsc_5175

Lipophrys pholis (Linnaeus, 1758) – Shanny – Photo © Rob Vink

Geplaatst in Marine biology, Mollusca, Natural history | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Twee winterse tochten naar Gorishoek

dsc_4712-bewerkt

Lipophrys pholis (Linnaeus, 1758) – Steenslijmvis – Foto © Rob Vink

De beste lage waters vallen in het winterseizoen. Aan het eind van 2016 gebeurde dat twee keer in het weekend en midden op de dag; namelijk op zaterdag 19 november 2016 en  zondag 18 december 2016 met respectievelijk een verlaging -158 en -165 cm. In beide gevallen waren we van de partij in november samen Rob Vink en in december met Rob en Jordy van der Beek. Het weer zat steeds mee, beide dagen 8° C, bewolkt maar droog, zuidwesten wind variërend tussen 2 en 4 Bft.

img_1577

Rob met foto-uitrusting                          Foto © Frans de Jong

Op zaterdag de 19e komen we een uur voor laagwater aan en Rob besluit om zijn complete foto-uitrusting mee te nemen het wad op. We lopen eerst langs de dijkvoet naar de tweede strekdam. Met stenen keren zien we eieren van zowel purperslakken Nucella lapillus (Linnaeus, 1758) als Amerikaanse stekelhoorns Urosalpinx cinerea (Say, 1823), vooral de laatste zijn ook volop volgroeid aanwezig, purperslakken blijven toch minder algemeen, dat geldt ook voor de Japanse stekelhoorns Ocenebra inornata (Récluz, 1851). Het kan natuurlijk ook zijn dat ze al naar dieper water gemigreerd zijn vanwege de temperatuur. De stenen zijn rijk begroeid met sponzen. Achter het vallende water lopen we in de richting van de eerste strekdam en de oude oesterput. Daar zijn een zestal Belgen oesters aan het steken, ik schat dat ze bij elkaar zo’n 150 kilo hebben verzameld. Het zijn allemaal Japanse oesters Crassostrea gigas (Thunberg, 1793), want de platte oester is ter plaatse vrijwel uitgestorven. Het is natuurlijk niet helemaal verkeerd dat de exotische Japanse oester zo wordt afgeslacht, maar de manier waarop de Belgen te werk gaan is niet zo fijn. Schoongeschraapte stenen worden niet teruggelegd, zodat ook het overige leven kapot gaat.

Eenmaal aangekomen bij de oude oesterput zien Rob en ik toch weer mooie dingen, een topper is de steenslijmvis Lipophrys pholis (Linnaeus, 1758). Onder stenen bij het laagste water zijn we verschillende zeespinnen, lastig te zeggen welke soort, wellicht Nymphon gracile Leach, 1814

rob-vink-dsc_5164

Tweede strekdam bij Gorishoek – Foto © Rob Vink

Zondag de 18e sluit Jordy aan en vertrekken we met z’n drieën na de koffie uit Dordrecht. Opnieuw sjort Rob zijn foto rugzak met 20 kilo lenzen etc. op zijn rug en trekken we het wad op. Ditmaal lopen we door tot de derde strekdam, wat opvalt is het massaal voorkomen van schaalhorens Patella vulgata Linnaeus, 1758. Verder zijn alle usual suspects weer van de partij: Amerikaanse stekelhorens Urosalpinx cinerea (Say, 1823), Japanse Ocenebra inornata (Récluz, 1851) en zij het schaars purperslakken Nucella lapillus (Linnaeus, 1758). Ook asgrauwe tolhorens Gibbula cineraria (Linnaeus, 1758) zien we overal. Er spoelen volwassen doubletten van de Filippijnse tapijtschelp Venerupis philippinarum (Adams & Reeve, 1850) aan. Het valt Jordy op dat alle doubletten aangeboord zijn, als we later de schelpen vergelijken met eerder verzameld materiaal blijkt er niet een te zijn aangeboord, blijkbaar beginnen de exoten elkaars vlees te waarderen…

rob-vink-dsc_5196

Doublet van Filippijnse tapijtschelp Venerupis philippinarum (Adams & Reeve, 1850) – Foto © Rob Vink

Tussen de eerste en tweede strekdam vinden we enkele mooie doubletten van de Amerikaanse venusschelp Mercenaria mercenaria (Linnaeus, 1758) waarvan er één levend blijkt te zijn. Er liggen ook enkele doubletten van de tapijtschelp Venerupis corrugata (Gmelin, 1791) = V. pullastra. Een bijzondere vondst is de klep van een Venus casina Linnaeus, 1758.

Uiteraard wordt restaurant “de Zeester” aan het eind van de excursie(s) ontdaan van tosti XXL en la Chouffe.

img_1902

Rob en Jordy aan de tosti XXL in “de Zeester”

Geplaatst in Marine biology, Mollusca, Natural history | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Fossielen zoeken bij Knokke-Heist

Trivia spec. Knokke-Heist (foto Hans Post)

Trivia species van Knokke-Heist (foto Hans Post)

Overzicht van het strandbeeld bij Knokke-Heist (bron Google Earth)

Overzicht van het strandbeeld bij Knokke-Heist (bron Google Earth)

Antalis vulgaris (Da Costa, 1778)

Antalis vulgaris (Da Costa, 1778)

In diverse fora wordt er de laatste tijd melding gemaakt van grote hoeveelheden fossielen, die aanspoelen aan het strand van Knokke-Heist in België.

Daaronder zou een nieuwe soort Trivia en aanzienlijke aantallen stoottanden (Scaphopoda) zijn. Daarom besluiten wij (Jordy van der Beek, Dennis Nieweg, Hans Post, Rob Vink en ik) de proef op de som te nemen en reizen we op 30 januari 2016 af naar België. Hoewel voor eind januari eigenlijk nog steeds prima, is het weer verre van ideaal voor een lange strandtocht. Het is zes graden, met een harde zuidwesten wind (6-7 Bft) en gestage regen. Daar laten we ons niet door weerhouden; hoewel ik wel enige spijt heb dat ik mijn regenbroek ben vergeten.

We vinden fossiele Trivia’s, zowel recent als fossiel. Van de recente exemplaren vinden zowel de ongevlekte soort Trivia arctica (Pulteney, 1799) als de gevlekte Trivia monacha (Da Costa, 1778). En… we vinden fossiele Trivia’s of hier de onlangs door Fehse en Van der Haar beschreven Trivia merlini Fehse & Van der Haar, 2015 tussen zit, verdient nog nader onderzoek. We vinden ook tientallen stoottanden,in dit geval gaat het om de zwakgeribde stoottand oftewel Antalis vulgaris (Da Costa, 1778). Naast genoemde soorten vinden we diverse Turritella species en diverse soorten fuikhorens (Nassaridae), trapgeveltjes Propebela turricula (montagu, 1803) en wenteltrappen, waarschijnlijk allemaal Epitonium clathrus (Linnaeus, 1758)

We lopen tot aan de voet van de havenpier, waar de schaalhoren, Patella vulgata Linnaeus, 1758 veelvuldig levend op wordt waargenomen.

Na twee uur zoeken in het barre weer smaakt een croque madame en een Stella Artois in een etablissement aan de boulevard uitstekend. Op de terugweg maken een tussenstop bij De Kaloot bij Vlissingen, op de pier bij de koelwaterafvoer van de centrale nog volop Patella vulgata Linnaeus, 1758 en enkele fossiele Astarte kleppen, maar het opkomende water dwingt ons halverwege het strand om te keren. Al met al weer een topdag, we besluiten dat we in maart, met wat droger weer, nog een keer gaan bemonsteren in Knokke-Heist.

 

Van links naar rechts: Jordy, Rob, Dennis, Frans en Hans

 

 

Geplaatst in Fossils, Marine biology, Mollusca, Natural history, Scaphopods, Travel | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Invasie van Harig porceleinkrabbetje bij Gorishoek

Deze galerij bevat 5 foto's.

Toch nog een inventarisatie in 2015 bij Gorishoek. Vrijdag, 18 december, om 14.15 uur is het laagwater bij Gorishoek, met een verlaging van -150 cm. Hans Post, Jordy van der Beek en ik spreken af rond koffietijd in Dordrecht en … Lees verder

Galerij | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

Ontmoeting met Redmond O’Hanlon

Frans, Redmond en Erwin (foto Jordy van der Beek)

Frans, Redmond en Erwin (foto Jordy van der Beek)

Discussie over Edward Drinker Cope (foto Jordy van der Beek)

Discussie over Edward Drinker Cope (foto Jordy van der Beek)

Twee helden ontmoeten in één jaar is zeldzaam, toch is 2014 zo’n jaar. Afgelopen zomer bezochten Erwin Kompanje, Ditty en Otto van Duijn en ik Uppsala, de woonplaats van Linnaeus en 13 december 2014 kon ik de hand schudden van Redmond O’Hanlon.

De aanleiding was de opening van de tentoonstelling “Endangered- bedreigde dieren in ijs” van Erik Hijweege in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam [http://www.hetnatuurhistorisch.nl/exposities/endangered.html]. Ik kan me niet herinneren dat de Hobokensalon van het museum zo afgeladen was met toeschouwers. Dat is niet zo wonderlijk, want naast schrijver van fantastische reisverhalen is Redmond ook een televisiepersoonlijkheid, sinds hij deelnam aan de serie “Beagle: in het kielzog van Darwin“, lees hiervoor Dirk Draulans’ Beagle dagboek (Meulenhoff, 2010). Bovendien was hij de hoofdpersoon in de heerlijke serie “O’Hanlons Helden“.

Ondanks dat nog ca. 160 overige bezoekers dat ook wel wilde, zag ik kans om Redmond kort te spreken tijdens een signeersessie. Wat een goeie vent! Vol humor en met een enorme kennis. We spraken over Rumphius, in wiens voetspoor ik Ambon bezocht in 1990; Redmond wist zoveel details uit het leven van deze zeventiende-eeuwse natuurvorser, onvoorstelbaar. Ik heb hem nog gezegd hoe ik hem benijd om het feit dat hij de schedel van Edward Dinker Cope in handen heeft gehad, hij herinnert zich nog dat er luchtje zat aan het skelet van deze wetenschapper en strijder in “The bonewars”, zie deze aflevering op internet: De Bottenoorlog [http://www.vpro.nl/speel.VPWON_1156430.html].

Redmond O’Hanlon (5 juni 1947) studeerde Engelse literatuur en promoveerde in 1977, zijn proefschrift luidt: Changing Scientific Concepts of Nature in the English Novel, 1850-1920.

 Zijn boeken:

  • Joseph Conrad and Charles Darwin: The Influence of Scientific Thought on Conrad’s Fiction (1984)
  • Into the heart of Borneo (1984); Nederlandse uitgave: Naar het hart van Borneo
  • In trouble again (1988); Nederlandse uitgave: Tussen Orinoco en Amazone
  • Congo (1996)
  • Trawler (2004); Nederlandse uitgave: Storm
  • Met Rudi Rotthier: The Fetish Room (2009); Nederlandse vertaling: God, Darwin en natuur

Lees ook het artikel over O’Hanlon in intermediair. (Met collega’s ben je als een groep jagers [http://www.intermediair.nl/carriere/een-baan-vinden/beroepen-functies/redmond-ohanlon-met-collegas-ben-je-als-een-groep-jagers])

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Fossils, Heroes, Natural history | Tags: , , , , , | 1 reactie

Kraanvogeltrek in de Diepholzer Moren

Kraanvogels op de stoppelvelden van An der Dadau

Kraanvogels op de stoppelvelden van An der Dadau

Kaart van de omgeving van Vechta, rode markering is het foerageergebied bij An der Adau

Kaart van de omgeving van Vechta, rode markering is het foerageergebied bij An der Dadau

Het eerste  (lange) weekend van november 2014 besluiten Hans Post, zijn vrouw Marja en ik twee dingen te combineren. In de eerste plaats is dat de nieuwe aanwinst van familie Post bewonderen: een huisje met een stuk bos erbij, nabij Pesse in West Drenthe. We brengen de nacht door in dit geriefelijke huis en ’s morgens word ik verrast door een schare aan vogels die op het terras van de voederplaatsen komen eten. Op enkele meters afstand zien we Vlaamse gaai, roodborstje, grote bonte specht, merel, kool-, pimpel- en glanskopmezen. Voor het eerst van zo dichtbij, zie een paar boomklevers, Sitta europaea Linnaeus, 1778.

Marja besluit in Pesse te blijven en Hans en ik maken ons op om af te reizen naar Wagenfeld, het centrale dorp in de Diepholzer Moren hemelsbreed zo’n 150 kilometer oostelijk in Duitsland (over de weg een honderd kilometer meer). Ons doel is de kraanvogeltrek bij te wonen; de Moren zijn een pleisterplaats op de trek van de kraanvogels, Grus grus (Linnaeus, 1758). Omdat de auto van Hans in de garage staat rijden we met een leen Citroën bedrijfsauto. Het is een diesel, die toch met gemak de snelheden van de autobahn blijkt aan te kunnen.

We treffen het buitengewoon met het weer, het is vrijdag nog een beetje nevelig, als we rond 10:00u vertrekken. Daarna wordt het alleen maar beter met 18° C en stralende zon. Uniek, want dit weekend gaat de analen in als het warmste weekend in november ooit gemeten door het KNMI. Gelukkig strekt het mooie weer zich tot ver in West-Duitsland uit.

Vroeg in de middag arriveren we in Vechta, de noordelijke ingang van het natte hoogveen gebied, waar de kraanvogels hun slaapplaatsen vinden, overdag foerageren ze op de stoppelvelden, waar het graan eerder dit jaar is geoogst. Ten oosten en zuiden van Vechta ligt Großes Moor, net ten zuiden daarvan loopt een bijna onzichtbaar weggetje naar links vanaf de provinciale weg (Vechtaer Straße). Dit weggetje, An der Dadau, dat alleen de eerste kilometers is geasfalteerd en overgaat in onverharde weg, blijkt de beste observatieplek te zijn. Nog geen honderd meter op de An der Dadau zien we de eerste groep foeragerende kraanvogels, hoe verder we rijden, hoe mooier het wordt, we verkennen enkele zijweggetjes (de Mitteldamm en Langerdamm) en zien groepen van honderden vogels.

Na dit spektakel enige tijd te hebben geobserveerd checken we in bij onze overnachtingsplaats het Golfhotel Wagenfeld, een ruim appartement, waarvan de badkamer alleen al groot genoeg is om als hotelkamer te dienen.

Een uur voor zonsondergang bezoeken we het nabij gelegen Naturschutzgebiet Rehdener Geestmoor. Langs de Moordamm staat een uitkijktoren, waar we auto parkeren. Spoedig verschijnen grote groepen kraanvogels vanuit het zuiden onderweg naar hun slaapplaats in het waterrijke Moor. De vogels vliegen zo dicht bij elkaar dat het wel lijkt of er een bewegend touw op je af komt, steeds nieuwe groepen. Het houdt niet op. De beleving wordt enigszins teniet gedaan door de grote hoeveelheid mensen, die op het fenomeen afkomen, wellicht ook aangetrokken door het heerlijke weer. Toeterende auto’s, kinderwagens met gillende kinderen en blaffende honden verstoren de roep van duizenden kraanvogels in enige mate.  Hans en ik filosoferen dat het een kwestie van tijd is totdat iemand op het idee komt om hier betaald parkeren in te voeren of een tolpoortje aan het begin van de weg te plaatsen.

De volgende morgen is het ontbijt in het Golfhotel memorabel. We besluiten voordat we terug rijden naar Nederland nog een stop te maken bij An der Dadau. Dat blijkt een gouden greep, goed licht voor foto’s en duizenden kraanvogels, niet alleen foeragerend maar ook veel vogels in beweging, wellicht maken ze zich op voor de trek zuidwaarts.

In de Moren kijk ik omstandig uit naar landslakken, maar ik vind er geen, dat heeft wellicht te maken met de zuurgraad van de bodem.  Hoe dan ook, de kraanvogeltrek is een buitengewone ervaring, die op slechts enkele uren van de Duitse grens te bewonderen is, een absolute aanrader!

Geplaatst in Natural history, Travel | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Bloemenkoning

Erwin en ik bij Linnaeus' lapland-portret in het Linnaeus museum Uppsala. Foto Ditty van Duijn

Erwin en ik bij het schilderij van Linnaeus’ in Laplandkostuum in het Linnaeus museum te Uppsala. Foto©Ditty van Duijn

In juli en augustus maken Erwin Kompanje, Ditty van Duijn en Otto van Duijn een rondreis door Zweden. Van 31 juli tot 4 augustus zoek ik ze op in Stockholm en volgen we samen het voetspoor van de befaamde Zweedse natuuronderzoeker Linnaeus naar Uppsala.

Helix pomatia L. 1758 in Hammarby

Helix pomatia L. 1758 in Hammarby

Linnaeus wordt in 1707 geboren in Råsholt, als oudste zoon in het domineesgezin Nilsson.  Hij is ook bekend onder vele andere namen, zoals: Carl von Linné, de naam die hij aanneemt nadat hij in 1757 in de adelstand wordt verheven of Princeps botanicorum, de Vorst der botanici, de Bloemen koning; of de Plinius van het Noorden of kortweg “L“, de toevoeging die in combinatie met het getal 1758 of 1767 vaak bij Latijnse namen van planten en dieren te zien is. Dit komt omdat Linnaeus  de grondlegger is van de moderne naamgeving in de natuur; de (binominale) nomenclatuur.

De mens Linnaeus

Linnaeus was klein van postuur, had bruine ogen, hield van volksdansen en had een hekel aan kou, dat blijkt ook wel want elke kamer van zijn woning in Uppsala wordt gedomineerd door een geweldige kachel. Als jonge man ondernam hij zijn befaamde reis naar Lapland (1732). Te paard en per schip trok hij een half jaar door noordelijk Scandinavië en verzamelde o.a. het Linnaeus klokje.

Hij studeerde geneeskunde aan de universiteiten van Lund en Uppsala, maar reisde met zijn vriend Claes Sohlberg naar de Verenigde Nederlanden om te promoveren aan de universiteit van Harderwijk (1735). In Amsterdam ontmoette hij zijn goede vriend Peter Artedi, die toentertijd een aanstelling had bij de apotheek van de beroemde Albertus Seba.  Helaas verdronk Artedi op een donkere nacht in grachten van Amsterdam.

Terug in Zweden verwierf Linnaeus een aanstelling als professor in Uppsala, ook in deze hoedanigheid was Linnaeus een eigenzinnig man soms gaf hij college in Laplandkostuum of ging met een schare studenten het veld in, terwijl hij oreerde in zijn nachthemd.

Linnaeus’ belangrijkste wetenschappelijke successen

In pre-Linneaanse tijden (voor 1758) ontbrak een uniforme naamgeving voor dieren en planten, ze hadden een locale naam, die natuurlijk per land verschilde, geleerden gebruikte vaak een naam ontleend aan de klassieke talen Latijn en Grieks maar dat gebeurde tamelijk willekeurig. Een citaat uit “d’Amboinsche Rariteit-kamer” van Rumphius, 1705 illustreert dit probleem mooi:

By Plinius Lib. 9 Cap. 29-30. vind ik maar eenderly soorte van dezen visch, dien hy Nautilium Pompilium noemd, welke beschryving past op de volgende fijne Nautilus: maar de hedendaagsche Schryvers van de Middelandsche zee hebben twee soorten aangemerkt, waar van Bellonius deze eerste en dikke soorte Cochleam margaritiferam noemt, en hem toeschryft veele kameren en van binnen een schaal blinkende als Paerlemoer, zoo dat het dezelfde zal zyn dien de hedendaagsche Grieken naar het schryven van Robertus Constantianus, Talamen tueta podiu, dat is, Polythalamum, of een hoorntje met vele kamertjes noemen. Dergelijke hoornen moet Cardanus ook gehad hebben, ’t welk hij Cochleam Indicam noemt, van gedaante als een galey en bequaam om ‘er kostelijke en schoone drinkvaten van te maken.

Rumphius is een man van de wetenschap en gebruik Latijnse namen voor het dier dat hij wil beschrijven, maar zoals je ziet krijgt het dier soms twee, soms drie namen, soms worden die met een hoofdletter geschreven en soms niet. Kortom verwarring alom, deze beschrijving gaat overigens over de Nautilus (Nautilus pompilius, L. 1758).

Linnaeus maakt een eind aan deze verwarring. Zijn systeem heeft als uitgangspunt divisio et denominatio oftewel (ver)deling en naamgeving, hij is de eerste die de natuur consequent ordent, niet alleen planten en dieren maar ook mineralen en gesteenten, deelt hij in naar het regnum of rijk waartoe ze behoren (bijvoorbeeld het dierenrijk) en vervolgens naar classis of klasse, ordo of orde, genus of geslacht en species of soort. Alle soorten krijgen een dubbele naam: het genus dat altijd met een hoofdletter begint gevolgd door het species (altijd een kleine letter) met daarachter de naam van de beschrijver met het jaartal waarin de soort is benoemd. Dit principe legt hij uit in zijn beroemde boek Systema naturae waarvan het eerste manuscript uitkomt in 1735, dat telt slechts twaalf pagina’s.  Er volgen nog elf edities, de laatste in 1766-68 met ruim 2.300 pagina’s waarin ca. 15.000 mineralen-, planten- en dierensoorten zijn beschreven. Dit systeem wordt ook heden ten dage nog overal ter wereld toegepast. Al met al een geweldige prestatie van deze Zweedse dominees zoon! Het blijft trouwens niet bij de Systema naturae van zijn hand verschijnt o.a. ook de prachtige Hortus Cliffortianus over het landgoed Hartecamp van de bankier Georg Clifford, waarover Linnaeus opziener is gedurende een deel van zijn verblijf in de Verenigde Nederlanden. Naast boeken over botanie en het het werk van zijn overleden vriend Artedi: Ichtyologia, presideert hij over 186 dissertaties van zijn studenten tijdens zijn professoraat in Uppsala. Het is bekend dat hijzelf hiervan het meeste opschreef en daarnaast nog 6.000 natuurhistorische brieven. Een apart verhaal is te vertellen over de studenten die Linnaeus uitstuurt naar de uithoeken van de aarde, waarvan menigeen roemloos omkomt door ziekte en kommer, anderen zijn wel succesvol, zoals Anders Sparrman en Daniel Solander, die de wereld rondzeilen met James Cook.

Linnaeus overlijdt te Uppsala in 1778. In 1784 wordt zijn verzameling verkocht aan en verscheept naar Engeland, waar die de basis vormt van de collectie van the Linnean Society in Londen. De 26 kisten bevatten 19.000 herbariumbladen, 3.200 insecten, 1.500 schelpen, tussen de 700 en 800 koralen, 2.500 mineralen, 3.000 boeken en evenzoveel brieven en manuscripten.

Dit alles overziende, is Linnaeus toch wel een van mijn grote helden.

Erwin, Ditty, Otto en ik bezochten Linnaeus woning en tuin (het Linnaeusmuseum) in Uppsala en na een halve middag zoeken, zijn woning in Hammarby en wat is mooier dan in Linnaeus’ Uppland garden, de wijngaardslak, Helix pomatia, L. 1758, beschreven door de “master himself” te vinden…

Geplaatst in Heroes, Mollusca, Natural history, Travel | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Winterse omstandigheden bij Gorishoek – Tholen.

 

Tijgerpels - Pallolium tigrinum (O.F. Muller, 1776)

Tijgerpels – Pallolium tigrinum (O.F.Müller, 1776)

Zondagmorgen 13 juli 2014. Hoewel de getijden in de zomer minder goed zijn dan in najaar en winter, we hebben vandaag een verlaging van 131 cm, verzamelen rond half tien Hans Post, Frans Slieker, Gerrie Nuninga, Rob Vink, Steven Campbell, Jordy van der Beek en Frans de Jong op de parkeerplaats achter het restaurant “de Zeester” aan de Gorishoeksedijk op het eiland Tholen. Het lijkt wel herfst. Leigrijze luchten, donder en bliksem en een gestage regen, een straffe zuidwesten wind. De thermometer in de auto geeft 16˚ C aan. Niet bepaald wat we verwachten van een zomerochtend in juli!

Winterse omstandigheden in juli

Winterse omstandigheden in juli

Omdat ” de Zeester” nog dicht is, wijken we voor een kop koffie uit naar de “Gorishoekse Hoeve”, tot het tegen tienen is opgehouden met onweren. Ondanks de vrolijk kletterende regen besluiten we een nat pak te halen en het wad op te gaan. Eerst langs de dijkvoet naar de tweede strekdam, naast ontelbare oesterschelpen (zowel C. gigas als O. edulis) zien we enkele vrij gave, maar dode wulken Buccinum undatum Linnaeus, 1758.

Het harige porceleinkrabbetje Porcellana platycheles (Pennant, 1777) - foto © Jordy van der Beek

Het harige porceleinkrabbetje Porcellana platycheles (Pennant, 1777) – foto © Jordy van der Beek

Op de tweede strekdam zien we op en onder stenen, beide exoten de Japanse Stekelhoorn of Japanese oyster drill Ocinebrellus inornatus (Récluz, 1851) en de Amerikaanse stekelhoorn of Atlantic oyster drill, Urosalpinx cinerea (Say, 1823), in tegenstelling tot vorige bezoeken is deze laatste de meest dominante soort, we zien er vele die eieren aan het afzetten zijn. We zien ook enkele autochtone purperslakken, Nucella lapillus (Linnaeus, 1758), maar beduidend minder algemeen dan afgelopen winter, dit kan overigens goed te maken hebben met het feit dat de verlaging 40 cm minder is, vergeleken met ons vorige bezoek.

Lopend op het wad, naar het westen richting eerste strekdam, vindt Rob nog fraai doublet van de Amerikaanse venusschelp Mercenaria mercenaria (Linnaeus, 1758), buiten een enkele klep van Venus casina Linnaeus, 1758, levert het wad weinig bijzonders op.

Stenen keren (Frans en Frans) - foto © Jordy van der Beek

Stenen keren (Frans en Frans) – foto © Jordy van der Beek

Aangezien we toch al nat zijn, schromen we niet om bij de eerste strekdam en de wateroverloop zo ongeveer alle stenen te keren. Eronder treffen we veel leven aan:  de asgrauwe keverslak, Lepidochitona cinerea (Linnaeus, 1767) is alomtegenwoordig. Verder broodspons Halichondria panicea Pallas,1766 en diverse zakpijpen. Ook de stekelhuidigen zijn weer ruim vertegenwoordigd. Onder vrijwel elke steen gewone zeesterren, Asterias rubens Linnaeus, 1758, nu adult en ook vele brokkelsterren Ophiothrix fragilis Abildgaard in O.F. Müller, 1789. Qua krabben vooral de strandkrab Carcinus maenas (Linnaeus, 1758) en het harige porceleinkrabbetje Porcellana platycheles (Pennant, 1777).  Frans en Gerrie verzamelen een emmer vol oesters en alikruiken voor het diner.

Na anderhalf uur zijn we totaal doorweekt en besluiten we terug te gaan. Dan doet Hans nog een puike vondst: een klein (22 mm) vrijwel glad pectenklepje. Het is een tijgerpels Pallolium tigrinum (O.F. Müller, 1776), dit is een nieuwe soort voor Gorishoek. Op de klep zijn de aanhechtingen van byssusdraden van de mossel zichtbaar. Dit is een aanwijzing van de herkomst van deze tijgerpels, een noordelijke soort, waarschijnlijk meegekomen met mosselbroed uit het Skagerak of Kattegat bij Denemarken.

Inmiddels is de “Zeester” open gegaan. Terwijl we geleidelijk aan opdrogen laten we ons dampende vissoep en memorabele tosti’s voorzetten. De side-dish, een “snaaiplank”, mag niet onvermeld blijven. Ondanks het regen en kou toch weer een geslaagde inventarisatie.

Rijk voorziene dis bij "de Zeester"  - foto © Jordy van der Beek

Rijk voorziene dis bij “de Zeester” – foto © Jordy van der Beek

Geplaatst in Good food, Marine biology, Mollusca, Natural history | Tags: , , , , , , , , , , , , | 1 reactie