Spektakel bij Gorishoek

Arctica islandica - Noordkromp

Arctica islandica – Noordkromp

Vanmorgen is het weer zover: inventariseren bij Gorishoek. In de zomer is het niet gemakkelijk om een laagwater te vinden dat de moeite waard is en dat dan ook nog in het weekend en met daglicht valt. Het beste getij dat ik kon vinden in de zomermaanden valt vanmorgen, 22 juni 2013, om 8.52 uur, met een verlaging van -147 cm. Klein comité ditmaal; namelijk Hans Post en ik. Na een kop koffie in Dordrecht naar Tholen gereden, waar we om 8.15 uur, mooi op tijd, met vallend water aankomen. De weersomstandigheden zijn prima, 15° C., een zonnetje met hier en daar een wolkenbank, maar wel een stevige (4 Bft.) zuidwesten wind, die bij Gorishoek dus op de kust staat.

Hans en Frans bij Gorishoek

Hans en Frans bij Gorishoek

Aanvankelijk vrezen we dat het tij door de wind hoog zal blijven, maar dat valt mee. De overloopplaats, waar door het heldere water veel leven te vinden is, valt toch mooi droog. Opvallend is dat er niet zoveel schaalhorens (Patella vulgata Linnaeus, 1758) op de stenen van de dijk te vinden zijn, wel wemelt het van de grote alikruiken (Littorina littorea Linnaeus, 1758). Overal liggen ook dode wulken, Buccinum undatum Linnaeus, 1758. Op het wad zien we enkele soorten tweekleppigen, zoals de kokkel (Cerastoderma edule (Linnaeus, 1758), platte slijkgaper, Scrobicularia plana Da Costa, 1778), strandgaper (Mya arenaria Linnaeus, 1758) en Filippijnse tapijtschelp, Venerupis philippinarum (Adams & Reeve, 1850).

Micromilieu: springstaarten in een  kokkelklep

Micromilieu: springstaarten in een kokkelklep

Lepidochitona cinerea -  Asgrauwe keverslak

Lepidochitona cinerea – Asgrauwe keverslak

Komend bij de overloopplaats, zijn de bekende exoten massaal aanwezig, waarschijnlijk door het lekkere weer, kruipen de  Amerikaanse stekelhoorn Urosalpinx cinerea (Say, 1823) en de Japanse Ocenebrellus inornatus (Récluz, 1851) gewoon over de stenen rond. Onder de stenen en aan de zijkant ervan zijn beide soorten overal eieren aan het afzetten. Het is duidelijk dat deze soorten zich permanent gevestigd hebben. Deze exotische Murex-en zijn veruit in de meerderheid ten opzichte van de inheemse purperslak, Nucella lapillus (Linnaeus, 1758), we zien hiervan maar één levend exemplaar. De onderkant van de stenen die we keren is overdekt met verschillende soorten zakpijpen (Tunicata), daar ook veel asgrauwe tolhorens, Gibbula cineraria (Linnaeus, 1758) en zo nu en dan een asgrauwe keverslak, Lepidochitona cinerea (Linnaeus, 1767).

De enige purperslak tussen de exoten

De enige purperslak tussen de exoten

Amerikaanse stekelhoren met eieren

Amerikaanse stekelhoren met eieren

Wanneer we besluiten door te lopen naar de tweede strekdam wordt het pas echt leuk. Het wad tussen de strekdammen is bedekt met schelpenbanken die voornamelijk bestaan uit mossels, Mytilus edulis Linnaeus, 1758 en Japanse oesters, Crassostrea gigas (Thunberg, 1793) en een enkele platte oesters, Ostrea edulis Linnaeus, 1758. Daartussen duizenden doubletten van de Filippijnse tapijtschelp, Venerupis philippinarum (Adams & Reeve, 1850) en eveneens duizenden dode en vaak ook nog levende gewone zeester, Asterias rubens Linnaeus, 1758). Maar we vinden meer, overal kleppen van de gewone marmerschep, Glycymeris glycymeris (Linnaeus, 1758), de wijde mantel Aequipecten opercularis (Linnaeus, 1758) en de bonte mantel, Mimachlamys varia (Linnaeus, 1758) en dan vinden we enkele Amerikaanse venusschelp-doubletten, Mercenaria mercenaria (Linnaeus, 1758) en Hans vindt een pelikaansvoetje, Aporrhais pespelicani (Linnaeus, 1758) en een stukje verder een noordhoren, Neptunea antiqua (Linnaeus, 1758).

De eerste Noordkromp Arctica islandica

De eerste Noordkromp Arctica islandica

Venus casina

Venus casina

Dan raap ik een fragment van een penhoorn, Turritella communis (Risso, 1826) op en daarna een klep van Venus casina Linnaeus 1758 (geen Nederlandse naam) en een paar stappen verder een klep van de Breedgeribde astarte, Astarte sulcata (Da Costa, 1778). De klap op de vuurpijl vormen enkele doubletten van de noordkromp,  Arctica islandica (Linnaeus, 1767), waarvan één exemplaar levend.

Volop purperslakken op de tweede strekdam bij Gorishoek

Volop purperslakken op de tweede strekdam bij Gorishoek

Op de tweede strekdam zien we onder elke keerbare steen tien of meer purperslakken, Nucella lapillus (Linnaeus, 1758), ze zijn volop aan het eieren afzetten, het is goed om te zien dat deze soort zich razendsnel herstelt, nu TBT (tributyltin) uit het milieu is verdwenen.

Als we terug, richting auto, lopen begint het te regenen, dus dat is goed geregeld. Nog een laatste nabrander, op de afrit van de N3 in Dordrecht bij het Albert Schweitzer ziekenhuis, vinden we een vers aangereden bunzing Mustela putorius Linnaeus, 1758. Het is een puntgave, goed uitgekleurde man. Dat wordt een mooie aanwinst voor de zoogdiercollectie van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Marine biology, Mollusca, Natural history en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Spektakel bij Gorishoek

  1. Frans mooie foto’s en veel info over wat er alzo op de aardbol rondscharrelt. Zat de Bunzing nog in de klem, of kon je hem gemakkelijk verwijderen uit zijn benarde postie? Het bekende geurtje?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s