De Bloemenkoning

Erwin en ik bij Linnaeus' lapland-portret in het Linnaeus museum Uppsala. Foto Ditty van Duijn

Erwin en ik bij het schilderij van Linnaeus’ in Laplandkostuum in het Linnaeus museum te Uppsala. Foto©Ditty van Duijn

In juli en augustus maken Erwin Kompanje, Ditty van Duijn en Otto van Duijn een rondreis door Zweden. Van 31 juli tot 4 augustus zoek ik ze op in Stockholm en volgen we samen het voetspoor van de befaamde Zweedse natuuronderzoeker Linnaeus naar Uppsala.

Helix pomatia L. 1758 in Hammarby

Helix pomatia L. 1758 in Hammarby

Linnaeus wordt in 1707 geboren in Råsholt, als oudste zoon in het domineesgezin Nilsson.  Hij is ook bekend onder vele andere namen, zoals: Carl von Linné, de naam die hij aanneemt nadat hij in 1757 in de adelstand wordt verheven of Princeps botanicorum, de Vorst der botanici, de Bloemen koning; of de Plinius van het Noorden of kortweg “L“, de toevoeging die in combinatie met het getal 1758 of 1767 vaak bij Latijnse namen van planten en dieren te zien is. Dit komt omdat Linnaeus  de grondlegger is van de moderne naamgeving in de natuur; de (binominale) nomenclatuur.

De mens Linnaeus

Linnaeus was klein van postuur, had bruine ogen, hield van volksdansen en had een hekel aan kou, dat blijkt ook wel want elke kamer van zijn woning in Uppsala wordt gedomineerd door een geweldige kachel. Als jonge man ondernam hij zijn befaamde reis naar Lapland (1732). Te paard en per schip trok hij een half jaar door noordelijk Scandinavië en verzamelde o.a. het Linnaeus klokje.

Hij studeerde geneeskunde aan de universiteiten van Lund en Uppsala, maar reisde met zijn vriend Claes Sohlberg naar de Verenigde Nederlanden om te promoveren aan de universiteit van Harderwijk (1735). In Amsterdam ontmoette hij zijn goede vriend Peter Artedi, die toentertijd een aanstelling had bij de apotheek van de beroemde Albertus Seba.  Helaas verdronk Artedi op een donkere nacht in grachten van Amsterdam.

Terug in Zweden verwierf Linnaeus een aanstelling als professor in Uppsala, ook in deze hoedanigheid was Linnaeus een eigenzinnig man soms gaf hij college in Laplandkostuum of ging met een schare studenten het veld in, terwijl hij oreerde in zijn nachthemd.

Linnaeus’ belangrijkste wetenschappelijke successen

In pre-Linneaanse tijden (voor 1758) ontbrak een uniforme naamgeving voor dieren en planten, ze hadden een locale naam, die natuurlijk per land verschilde, geleerden gebruikte vaak een naam ontleend aan de klassieke talen Latijn en Grieks maar dat gebeurde tamelijk willekeurig. Een citaat uit “d’Amboinsche Rariteit-kamer” van Rumphius, 1705 illustreert dit probleem mooi:

By Plinius Lib. 9 Cap. 29-30. vind ik maar eenderly soorte van dezen visch, dien hy Nautilium Pompilium noemd, welke beschryving past op de volgende fijne Nautilus: maar de hedendaagsche Schryvers van de Middelandsche zee hebben twee soorten aangemerkt, waar van Bellonius deze eerste en dikke soorte Cochleam margaritiferam noemt, en hem toeschryft veele kameren en van binnen een schaal blinkende als Paerlemoer, zoo dat het dezelfde zal zyn dien de hedendaagsche Grieken naar het schryven van Robertus Constantianus, Talamen tueta podiu, dat is, Polythalamum, of een hoorntje met vele kamertjes noemen. Dergelijke hoornen moet Cardanus ook gehad hebben, ’t welk hij Cochleam Indicam noemt, van gedaante als een galey en bequaam om ‘er kostelijke en schoone drinkvaten van te maken.

Rumphius is een man van de wetenschap en gebruik Latijnse namen voor het dier dat hij wil beschrijven, maar zoals je ziet krijgt het dier soms twee, soms drie namen, soms worden die met een hoofdletter geschreven en soms niet. Kortom verwarring alom, deze beschrijving gaat overigens over de Nautilus (Nautilus pompilius, L. 1758).

Linnaeus maakt een eind aan deze verwarring. Zijn systeem heeft als uitgangspunt divisio et denominatio oftewel (ver)deling en naamgeving, hij is de eerste die de natuur consequent ordent, niet alleen planten en dieren maar ook mineralen en gesteenten, deelt hij in naar het regnum of rijk waartoe ze behoren (bijvoorbeeld het dierenrijk) en vervolgens naar classis of klasse, ordo of orde, genus of geslacht en species of soort. Alle soorten krijgen een dubbele naam: het genus dat altijd met een hoofdletter begint gevolgd door het species (altijd een kleine letter) met daarachter de naam van de beschrijver met het jaartal waarin de soort is benoemd. Dit principe legt hij uit in zijn beroemde boek Systema naturae waarvan het eerste manuscript uitkomt in 1735, dat telt slechts twaalf pagina’s.  Er volgen nog elf edities, de laatste in 1766-68 met ruim 2.300 pagina’s waarin ca. 15.000 mineralen-, planten- en dierensoorten zijn beschreven. Dit systeem wordt ook heden ten dage nog overal ter wereld toegepast. Al met al een geweldige prestatie van deze Zweedse dominees zoon! Het blijft trouwens niet bij de Systema naturae van zijn hand verschijnt o.a. ook de prachtige Hortus Cliffortianus over het landgoed Hartecamp van de bankier Georg Clifford, waarover Linnaeus opziener is gedurende een deel van zijn verblijf in de Verenigde Nederlanden. Naast boeken over botanie en het het werk van zijn overleden vriend Artedi: Ichtyologia, presideert hij over 186 dissertaties van zijn studenten tijdens zijn professoraat in Uppsala. Het is bekend dat hijzelf hiervan het meeste opschreef en daarnaast nog 6.000 natuurhistorische brieven. Een apart verhaal is te vertellen over de studenten die Linnaeus uitstuurt naar de uithoeken van de aarde, waarvan menigeen roemloos omkomt door ziekte en kommer, anderen zijn wel succesvol, zoals Anders Sparrman en Daniel Solander, die de wereld rondzeilen met James Cook.

Linnaeus overlijdt te Uppsala in 1778. In 1784 wordt zijn verzameling verkocht aan en verscheept naar Engeland, waar die de basis vormt van de collectie van the Linnean Society in Londen. De 26 kisten bevatten 19.000 herbariumbladen, 3.200 insecten, 1.500 schelpen, tussen de 700 en 800 koralen, 2.500 mineralen, 3.000 boeken en evenzoveel brieven en manuscripten.

Dit alles overziende, is Linnaeus toch wel een van mijn grote helden.

Erwin, Ditty, Otto en ik bezochten Linnaeus woning en tuin (het Linnaeusmuseum) in Uppsala en na een halve middag zoeken, zijn woning in Hammarby en wat is mooier dan in Linnaeus’ Uppland garden, de wijngaardslak, Helix pomatia, L. 1758, beschreven door de “master himself” te vinden…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Heroes, Mollusca, Natural history, Travel en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De Bloemenkoning

  1. Leuke blog en een fijne herinnering aan een bijzondere dag

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s