Topdag bij Gorishoek en Tweede Maasvlakte

Galathea squamifera Leach, 1815; de Zwarte Galathea

Galathea squamifera Leach, 1815; de Zwarte Galathea

Zaterdag 2 maart, 10.00 uur: Rob Vink, Dennis Nieweg, Steven Campbell en ik verzamelen in Vlaardingen bij Rob om de eerste fauna inventarisatie van 2013 te gaan maken bij Gorishoek op Tholen. De omstandigheden zijn optimaal, het weer is half tot zwaarbewolkt, maar droog, met een zwakke noordenwind (3 Bft.). Het is alleen nog wel koud, al is de meteorologische lente al begonnen: 7 graden Celsius. Na een vlotte rit (Rob houdt van doorrijden) zijn we drie kwartier voor laagwater ter plaatse. Het lage water valt vandaag om 12.35 uur en hebben een verlaging van 162 cm, een van beste laagwaters van het jaar.

We besluiten onder langs de dijk eerst richting kade te lopen, langs de dijk veel oude schelpen van Patella vulgata Linnaeus, 1758, maar ook volop levenden op de stenen en enkele doubletten Ruditapes philippinarum (A. Adams & Reeve, 1850), maar veel minder dan bij ons vorige bezoek in april vorig jaar. We lopen door tot bij de aanlegplaats, het slib ziet er hier erg vervuild uit en er ligt niets bijzonders. Steven loopt wat verder van de dijk op het slik en let even niet goed op. Dat komt ‘m duur te staan: in  een paar stappen zakt hij tot over z’n knieën weg in de prut. Toegesnelde hulp kan niet echt dichtbij komen (om het zelfde lot te vermijden). Na een paar penibele minuten staat hij weer op vaste grond, tot z’n dijen onder de blubber.

"Mudmen" Steven

“Mudmen” Steven

Na enig modderschrapen en hilariteit bij zijn medeverzamelaars, is Steven weer het ventje en vervolgen we onze tocht naar beste plek, een overstroompunt, waar het water extreem helder is. We hebben geluk, door de combinatie van te verwaarlozen wind en prachtig tij kunnen tot in het sublitoraal komen, een zone met prachtige roodwieren en sponzen. De exotische Muricidae: de Amerikaanse stekelhoren, Urosalpinx cinerea (Say, 1823) en Japanse stekelhoren, Ocinebrellus inornatus (Récluz, 1851) zijn volop te vinden, al ontbreken echt grote exemplaren van O. inornatus. Opvallend is ook de O. inornatus vaak ingegraven zitten onder stenen, later in het jaar kruipen ze vaak rond aan de zijkant en onderkant van stenen. Ook de Asgrauwe tolhoren, Gibbula cineraria (Linnaeus, 1758) heeft zich massaal gevestigd en is bijna onder elke steen aanwezig. We vinden ook enkele mooie grote purperslakken, Nucella lapillus (Linnaeus, 1758), deze soort lijkt zich ook bij de Gorishoek te herstellen, ik vind een aantal urn-vormige eierkapsels van deze soort. Eieren van O. inornatus waren er nog niet, waarschijnlijk iets te vroeg in het jaar. Rob vindt nog een ander eierkapsel onder een steen, namelijk dat van de Wulk, Buccinum undatum Linnaeus, 1758, bijzonder, je treft veel oude lege wulkenschelpen aan in het gehele gebied, maar we vonden nog nooit een levende, ze zitten er dus blijkbaar wel.

Eierkapsel van de Wulk, Buccinum undatum L. 1758

Eierkapsel van de Wulk, Buccinum undatum L. 1758

Eierkapsels van de purperslak, Nucella lapillus (Linnaeus, 1758)

Eierkapsels van de purperslak, Nucella lapillus (Linnaeus, 1758)

Ocinebrellus inornatus  (Say, 1823) en Gibbula cineraria (L. 1758) onder stenen

Ocinebrellus inornatus (Say, 1823) en Gibbula cineraria (L. 1758) onder stenen

Ook ander ongewervelden zijn rijk vertegenwoordigd,  zeesterren, brokkelsterren en ook opmerkelijk: harige porceleinkrabbetjes, Pisidia longicornis (Linnaeus, 1767) bijna onder elke steen. De absolute topper is de vondst van de Zwarte galathea of oprolkreeft, Galathea squamifera Leach, 1815, we nemen er vier waar! Rob heeft het voorkomen in de Oosterschelde naderhand uitgezocht en stuurde me (op 9 maart 2013) een link  naar de site Natuurbericht.nl, Peter H. van Bragt meldt hier dat de soort steeds vaker door duikers wordt waargenomen.

Harig porceleinkrabbetje, Pisidia longicornis (Linnaeus, 1767)

Harig porceleinkrabbetje, Pisidia longicornis (Linnaeus, 1767)

We besluiten nog een bezoek te brengen aan het strand van de Tweede Maasvlakte. Gelukkig heeft Rob nog een dekzeil in z’n achterbak liggen, want aan de kleding van Steven zit nog een forse laag blubber en een luchtje.

We gaan de Tweede Maasvlakte op bij overgang waar vroeger de Slufter lag, bij de rode palen en lopen naar het noorden. In de eerste instantie biedt het strand niet veel bijzonders, het enige aardige zijn enkele fossiele Corbicula kleppen en een verdwaalde Astarte. Maar een paar kilometer verderop, wordt het beter en vind ik over een stuk strand van ongeveer een kilometer 7 fossiele Dentaliums. Thuisgekomen nog even overleg gepleegd met mede scaphopodoloog Jordy van der Beek en de literatuur nagelopen; het is Antalis vulgaris (da Costa, 1778). Al met al een topdag voor herhaling vatbaar!

Dentaliums van de 2e Maasvlakte

Dentaliums van de 2e Maasvlakte

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fossils, Marine biology, Mollusca, Natural history, Scaphopods en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s